Artikel 1. Begripsbepalingen
Deze verordening verstaat onder:
a. de Wet GBA: de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;
b. verordening GBA: de Verordening gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;
c. GBA: de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;
d. verantwoordelijke: het college van burgemeester en wethouders;
e. beheerder: de functionaris die onder verantwoordelijkheid van de verantwoordelijke belast is met de dagelijkse zorg voor de GBA;
f. bewerker: degene die, niet werkzaam binnen de gemeentelijke organisatie, werkzaamheden verricht overeenkomstig een schriftelijk vastgelegde overeenkomst
g. ingeschrevene: degene ten aanzien van wie een persoonslijst als bedoeld in artikel 1 van de Wet GBA in de GBA van de gemeente is opgenomen;
h. persoonslijst: het geheel van gegevens als bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de wet, over één persoon in de GBA;
i. aangehaakte gegevens: de in de GBA opgeno¬men gegevens die niet behoren tot de persoonslijst;
j. afnemer: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht;
k. binnengemeentelijke afnemer: elke afnemer die een orgaan is van de gemeente. Hieronder valt tevens te verstaan door de verantwoordelijke aangewezen instanties die taken uitoefenen die door het gemeentebestuur zijn opgelegd en/of belast zijn met de uitvoering van publiekrechtelijke taken;
l. derde: elke andere persoon, instelling of rechtspersoon dan een afnemer en de ingeschrevene;
m. autorisatie: het verlenen van (rechtstreekse) toegang tot de GBA-gegevens;
n. algemene gegevens: het geheel van gegevens als bedoeld in artikel 34, eerste lid onder a van de Wet GBA:
o. authentieke gegevens: het geheel van gegevens als bedoeld in artikel 3a van de Wet GBA en benoemd in artikel 58a Besluit GBA en vermeld in bijlage 1d Besluit GBA;
p. verwijsgegevens: het geheel van gegevens als bedoeld in artikel 35, eerste lid van de Wet GBA, over één uitgeschreven persoon uit de GBA.