Ga naar de inhoud

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Hillegom houdende regels omtrent financiën (Financiële verordening gemeente Hillegom 2019)

Publicatiedatum:
donderdag 4 juli 2019
Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Type bekendmaking:
Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Hillegom houdende regels omtrent financiën (Financiële verordening gemeente Hillegom 2019)

De raad van de gemeente Hillegom,

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 mei 2019,

gelet op artikel 212 van de Gemeentewet,

 

besluit vast te stellen

 

Financiële verordening Hillegom 2019

 

1. Inleidende bepalingen

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;

  • Bedrijfsvoeringkosten: kosten voor salarissen (inclusief inhuur), opleidingen, huisvesting, automatisering en informatisering, financiën en archief;

  • EMU-saldo: het geraamde onderscheidenlijk gerealiseerde saldo van de ontvangsten en uitgaven van een provincie onderscheidenlijk een gemeente, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie;

  • Inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves;

  • Onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting: verschil tussen de opbrengst onroerendezaakbelasting bij de tarieven die minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet en de (geraamde) opbrengst onroerendezaakbelasting;

  • Overheadkosten: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces.

2. Begroting en verantwoording

Artikel 2. Programma-indeling

  • 1.

    De raad stelt aan het begin van elke raadsperiode de programma-indeling vast.

  • 2.

    De raad stelt op voorstel van het college per programma de thema-indeling vast.

  • 3.

    De raad stelt op voorstel van het college per thema de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

  • 4.

    De raad stelt vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken

  • 1.

    Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van de overhead de baten en lasten per taakveld weergegeven.

  • 2.

    Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven.

  • 3.

    Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.

  • 4.

    In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.

Artikel 4. Kaders begroting

  • 1.

    Het college biedt jaarlijks, tenminste 5 weken voor de datum van vaststelling door de raad, aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor het zomerreces vast.

  • 2.

    In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen van € 25.000 als de begrotingsruimte dit toelaat.

Artikel 5. Autorisatie begroting

  • 1.

    De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per thema;

  • 2.

    Bij de behandeling van de bestuursrapportages in de raad bedoeld in artikel 7, lid 1, doet het college voorstellen aan de raad voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten en het bijstellen van het beleid;

  • 3.

    Het college informeert de raad vooraf als verwacht wordt dat de geautoriseerde baten of lasten van een taakveld de geautoriseerde begrotingsraming over- of onderschrijden met minimaal € 25.000.

  • 4.

    Het college is bevoegd om de begrote lasten en begrote baten van een taakveld te overschrijden tot € 25.000 waarbij de autorisatie door de raad plaats vindt in de eerstvolgende bestuursrapportage van het begrotingsjaar of via een afzonderlijk voorstel (met begrotingswijziging) aan de raad;

  • 5.

    Niet in de begroting geraamde aanwendingen van bestemmingsreserves tot € 25.000 binnen het specifieke doel van de bestemmingsreserve, behoeven niet vooraf aan de raad te worden gemeld, tenzij bij de instelling van de reserve en / of begroting anders is afgesproken;

  • 6.

    Het college is bevoegd over de gehele post onvoorzien, bedoeld in artikel 4, lid 2, te beschikken, voor incidentele overschrijdingen op geautoriseerde lasten. Daarover wordt de raad achteraf geïnformeerd in de bestuursrapportages;

  • 7.

    Het college is bevoegd om, zonder voorafgaande toestemming van de raad, het centraal gealloceerde budget bedrijfsvoeringskosten te heralloceren naar taakveld, zolang het totaalbudget aan bedrijfsvoeringskosten niet wordt overschreden;

  • 8.

    Het college draagt er zorg voor, dat na besluitvorming alle door de raad vastgestelde wijzigingen van de begroting juist en volledig in de budgetten van de programma's en de programmaonderdelen worden verwerkt.

Artikel 6. Autorisatie investeringskredieten

  • 1.

    Bij de begrotingsbehandeling worden de nieuwe investeringen van het betreffende begrotingsjaar geautoriseerd waarbij de (lopende en nieuwe) investeringen als volgt worden ingedeeld:

    • Categorie A: investeringen die al eerder door de raad zijn vastgesteld;

    • Categorie B: vervangingsinvesteringen of uitbreidingsinvesteringen;

    • Categorie C: uitbreidingsinvesteringen waarvan de raad heeft aangegeven dat zij op een later tijdstip een nadere onderbouwing van het voorstel van het investeringskrediet wil ontvangen. Bij investeringen groter dan € 2,5 miljoen informeert het college de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente.

  • 2.

    Bij de behandeling van de bestuursrapportages in de raad bedoeld in artikel 7, lid 1, doet het college voorstellen aan de raad voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten;

  • 3.

    Het college informeert de raad vooraf als ze verwacht, dat een geautoriseerd investeringskrediet met meer dan € 50.000 of minimaal met 25% - met een ondergrens van € 10.000 - dreigt te overschrijden. Onder deze grens is het college bevoegd om te overschrijden.

  • 4.

    Verwachte kredietoverschrijdingen met meer dan € 50.000 en niet geraamde investeringen worden vooraf door de raad geautoriseerd via een afzonderlijk voorstel (met begrotingswijziging) terwijl de overige overschrijdingen in de eerstvolgende bestuursrapportage van het begrotingsjaar door de raad worden geautoriseerd;

  • 5.

    In de bestuursrapportages worden investeringskredieten gemeld die minimaal met een bedrag van € 25.000 dienen te worden bijgesteld en door de raad geautoriseerd;

  • 6.

    Het college draagt er zorg voor, dat alle door de raad vastgestelde wijzigingen van de investeringskredieten juist en volledig in de budgetten van de investeringskredieten worden verwerkt.

Artikel 7. Bestuursrapportages

  • 1.

    Het college informeert de raad door middel van 2 bestuursrapportages per kalenderjaar over de realisatie van de begroting van de gemeente.

  • 2.

    De bestuursrapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van:

    • a.

      de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar taakvelden;

    • b.

      het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar taakvelden;

    • c.

      het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting;

    • d.

      het totale saldo van de baten en lasten volgend uit de onderdelen a, b en c;

    • e.

      de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma;

    • f.

      het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; en

    • g.

      de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten.

  • 3.

    In de bestuursrapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van taakvelden, prioriteiten en investeringskredieten in de begroting groter dan € 25.000 toegelicht.

  • 4.

    In de tweede bestuursrapportage worden zoveel mogelijk de budgetoverhevelingen naar het volgende begrotingsjaar onderbouwd opgenomen.

Artikel 8. Informatieplicht

Het college besluit niet over:

  • a.

    Omvangrijke meerjarige verplichtingen met aanmerkelijke risico’s;

  • b.

    Het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 100.000,

  • c.

    Het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen.

dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.

Artikel 9. EMU-saldo

Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

 

3. Financieel beleid

Artikel 10. Waardering en afschrijving vaste activa

  • 1.

    Uitvoering van beleid voor activering, waardering en afschrijving van activa gebeurt conform de criteria zoals vastgelegd in de nota Activabeleid;

  • 2.

    Indien noodzakelijk wordt de nota Activabeleid herzien door het college en ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden.

Artikel 11. Voorziening voor oninbare vorderingen

  • 1.

    Voor openstaande vorderingen betreffende:

    • a.

      Onroerendezaakbelastingen;

    • b.

      Precariobelasting;

    • c.

      Rioolheffing

    • d.

      Afvalstoffenheffing

    wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid.

  • 2.

    Voor de overige (individuele) privaat- en publiekrechtelijke vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op oninbaarheid van de openstaande vorderingen groter dan € 5.000 en ouder dan 3 maanden.

Artikel 12. Reserves en voorzieningen

  • 1.

    Uitvoering van beleid voor de vorming van de reserves en voorzieningen gebeurt conform de criteria en richtlijnen zoals vastgelegd in de nota Reserves en voorzieningen;

  • 2.

    Indien noodzakelijk herziet en actualiseert het college de nota Reserves en Voorzieningen en wordt ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. Deze nota bevat tenminste:

    • a.

      de vorming en besteding van reserves;

    • b.

      de vorming en besteding van voorzieningen.

  • 3.

    Indien tussentijdse herziening van het beleid noodzakelijk is dan wordt dit opgenomen in een tussentijdse rapportage, kadernota of begroting.

Artikel 13. Kostprijsberekening

  • 1.

    Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.

  • 2.

    Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken.

  • 3.

    Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden wordt uitgegaan van een percentage over de directe kosten die betrekking hebben op die rechten en heffingen en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden. Dat percentage wordt berekend door de totale overheadkosten te delen door de totale omzet voor het begrotingsjaar.

  • 4.

    Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten en het rentepercentage van de rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen zoals bepaald overeenkomstig het achtste en negende lid. De uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt op een half procent afgerond.

  • 5.

    In afwijking van het vierde lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken.

  • 6.

    In afwijking van het eerste lid eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden dan de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de portefeuille leningen.

Artikel 14. Prijzen economische activiteiten

  • 1.

    Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd.

  • 2.

    Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt gemotiveerd.

  • 3.

    Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.

  • 4.

    Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van:

    • a.

      leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid;

    • b.

      een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak;

    • c.

      een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden;

    • d.

      een bevoordeling van sociale werkplaatsen;

    • e.

      een bevoordeling van onderwijsinstellingen;

    • f.

      een bevoordeling van publieke media-instellingen; en

    • g.

      een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.

Artikel 15. Vaststelling hoogte belastingen, rechten en heffingen

Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, heffingen en rechten.

Artikel 16. Financieringsfunctie

  • 1.

    Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht:

    • a.

      voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en

    • b.

      er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden.

  • 2.

    Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden.

4. Paragrafen

Artikel 17. Lokale heffingen

Bij de begroting en de jaarstukken vanaf 2019 neemt het college in de paragraaf lokale heffingen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:

  • a.

    De overheadkosten;

  • b.

    Overige toe te rekenen kosten aan de rechten en heffingen;

  • c.

    De mate van kostendekkendheid.

Artikel 18. Financiering

In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. Het treasurystatuut, als uitvloeisel van deze verordening, bevat het beleid en nadere regels omtrent de financiering.

Artikel 19. Weerstandsvermogen & risicobeheersing

In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. De Nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing, als uitvloeisel van deze verordening, bevat het beleid en nadere regels omtrent het risicomanagementbeleid.

Artikel 20. Onderhoud kapitaalgoederen

Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. De Nota Onderhoud kapitaalgoederen, als uitvloeisel van deze verordening, bevat het beleid en nadere regels omtrent het onderhoud van kapitaalgoederen.

Artikel 21. Bedrijfsvoering

In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken volstaat een verwijzing naar de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken van de Gemeenschappelijke regeling werkorganisatie HLT Samen.

Artikel 22. Verbonden partijen

Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.

Artikel 23. Grondbeleid

  • 1.

    In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.

  • 2.

    Indien noodzakelijk biedt het college de raad een herziene nota Grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. De nota behandelt in ieder geval:

    • a.

      De strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente.

    • b.

      De wijze van autorisatie van grondexploitatiebudgetten en de jaarlijkse actualisatie daarvan.

    • c.

      Uitgangspunten voor de looptijd en grootte van de grondexploitatie in verhouding tot het bestemmingsplan.

    • d.

      Gedragsregels over de vervaardigingskosten van niet in exploitatie genomen gronden en de hoogte van de in acht te nemen marktwaarde.

    • e.

      Een uitwerking van de afweging tussen voorzichtigheid en realisatiebeginsel met betrekking tot het tussentijds winstnemen.

5. Financiële organisatie en financieel beheer

Artikel 24. Administratie

De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:

  • a.

    het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen;

  • b.

    het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten;

  • c.

    het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;

  • d.

    het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;

  • e.

    het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en

  • f.

    de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

Artikel 25. Financiële organisatie

Het college draagt zorgt voor:

  • a.

    een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen;

  • b.

    een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden;

  • c.

    de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;

  • d.

    de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;

  • e.

    de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;

  • f.

    de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de taakvelden;

  • g.

    het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;

  • h.

    het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en

  • i.

    het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen,

    opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

Artikel 26. Interne controle

  • 1.

    Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.

  • 2.

    Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.

6. Slotbepalingen

Artikel 27. Intrekken oude verordening en overgangsrecht

  • 1.

    De Financiële beheersverordening 2014, vastgesteld door de raad op 13 november 2014, wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt

  • 2.

    Op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die voor 1 januari 2017 zijn gedaan, blijft de Financiële beheersverordening 2014 van toepassing, zoals deze gold op de dag voor de inwerkingtreding van deze verordening.

Artikel 28. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van het begrotingsjaar 2019. De stukken voor dit begrotingsjaar en latere begrotingsjaren voldoen aan de bepalingen van deze verordening, behoudens daar waar in deze verordening specifiek anders staat vermeld;

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als “Financiële verordening gemeente Hillegom 2019”.

Aldus besloten door de raad van de gemeente Hillegom in zijn vergadering van 20 juni 2019

drs. P.M. Hulspas-Jordaan

griffier

A. van Erk

voorzitter

Ga naar het begin