Verordening tijdelijke regeling verruiming terrassen in verband met coronamaatregelen Hillegom

Publicatiedatum:
donderdag 18 maart 2021
Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Type bekendmaking:
Verordeningen



Verordening tijdelijke regeling verruiming terrassen in verband met coronamaatregelen Hillegom

De raad van de gemeente Hillegom,

 

gelezen het voorstel van het college van 26 januari 2021 met als onderwerp Verordening tijdelijke regeling verruiming terrassen in verband met coronamaatregelen Hillegom,

 

gelet op gelet de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet en artikel 2.28 van de Algemene Plaatselijke Verordening Hillegom,

 

gelet op de behandeling in de raadscommissie- en raadsvergadering,

Besluit vast te stellen:

 

Verordening tijdelijke regeling verruiming terrassen in verband met coronamaatregelen Hillegom

Artikel 1 Definities

Tijdelijk (verruimd) terras: tijdelijk (verruimd) terras in verband met de coronamaatregelen.

De begrippen in deze verordening hebben de overige begrippen dezelfde betekenis als daaraan is gegeven in de Algemene Plaatselijke Verordening Hillegom.

Artikel 2 Toepassingsgebied

  • 1.

    Deze verordening is van toepassing binnen het gebied zoals aangegeven op een kaart of meerdere kaarten. Die kaart behoort of die kaarten behoren als bijlage bij deze verordening.

  • 2.

    De burgemeester kan het toepassingsgebied, zoals aangegeven in het eerste lid van dit artikel, uitbreiden of beperken.

Artikel 3 Ontheffingen

  • 1.

    Binnen het toepassingsgebied van deze verordening, zoals aangegeven in artikel 2, kan de burgemeester ontheffing verlenen van het verbod in artikel 2:28 lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Hillegom, uitsluitend voor zover het verbod mede betrekking heeft op het exploiteren van een bij een openbare inrichting behorend tijdelijk (verruimd) terras.

  • 2.

    In afwijking van artikel 9 kan de burgemeester de ontheffing geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

  • 3.

    Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de ontheffing bedoeld in het eerste lid.

  • 4.

    De burgemeester kan nadere regels stellen – in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving – voor het verlenen van een in lid 1 bedoelde ontheffing.

  • 5.

    Indien meer dan één aanvrager gebruik wil maken van dezelfde ruimte, kan in onderling overleg de indeling van de tijdelijke (verruimde) terrassen worden gewijzigd. Indien niet tot een oplossing kan worden gekomen, wordt de bedoelde ruimte via loting toebedeeld, tenzij de burgemeester in nadere regels anders heeft bepaald.

Artikel 4 Beslistermijn

  • 1.

    De burgemeester beslist op een aanvraag voor een ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

  • 2.

    De burgemeester kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.

Artikel 5 Voorschriften en beperkingen

  • 1.

    Aan een verleende ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de ontheffing is vereist.

  • 2.

    Degene aan wie een ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Artikel 6 Persoonlijk karakter van ontheffing

De ontheffing zoals bedoeld in deze verordening is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

Artikel 7 Intrekking of wijziging van ontheffing

  • 1.

    De ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:

    • a.

      indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; of

    • b.

      indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist; of

    • c.

      indien de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen, waaronder het niet in acht nemen of niet naleven van de coronamaatregelen; of

    • d.

      indien van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of

    • e.

      indien de houder dit verzoekt.

  • 2.

    De ontheffing wordt ingetrokken:

    • a.

      op schriftelijke aanvraag van de houder van de ontheffing; of

    • b.

      twee maanden na het overlijden of ondercuratelestelling van de houder van de ontheffing.

Artikel 8 Termijnen

De ontheffing geldt voor bepaalde tijd, maar maximaal gedurende het van kracht zijn van deze verordening. Als deze verordening ophoudt te gelden, vervalt de ontheffing van rechtswege.

Artikel 9 Weigeringsgronden

  • 1.

    De ontheffing kan door de burgemeester worden geweigerd in het belang van:

    • a.

      de openbare orde; of

    • b.

      de openbare veiligheid; of

    • c.

      de volksgezondheid; of

    • d.

      de bescherming van het milieu.

  • 2.

    Een ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 6 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

Artikel 10 Toezichthouders

  • 1.

    Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: de Buitengewone Opsporingsambtenaren (Boa’s), politie, de medewerkers belast met bouw- en woningtoezicht, de havenmeester, de marktmeester en de medewerkers belast met openbare werken.

  • 2.

    De burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.

Artikel 11 Hardheidsclausule

De burgemeester kan artikel 7 lid 2 en artikel 12 lid 3 van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van tijdelijke (verruiming van) terrassen in verband met Covid-19 leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 12 Overgangsrecht

  • 1.

    Een tijdelijk (verruimd) terras, dat in strijd met het verbod in artikel 2:28 lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Hillegom doch in overeenstemming met een op Covid-19 betrekking hebbende beleidsregel gevoerd wordt of werd, mag zonder ontheffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid van deze verordening worden geëxploiteerd.

  • 2.

    Een terras, dat met een beroep op lid 1 van dit artikel wordt geëxploiteerd mag niet worden vergroot of gewijzigd.

  • 3.

    Een beroep op de overgangsbepalingen in lid 1 en 2 van dit artikel is, vanaf 46 dagen na inwerkingtreding van deze verordening, uitsluitend nog mogelijk indien een ontheffing als bedoeld in artikel 3 lid 1 van deze verordening is aangevraagd en daarop niet is beslist.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is bekend gemaakt.

Artikel 14 Bijlage(n)

Deze regeling wordt in het Gemeenteblad geplaatst. Voor zover de in artikel 2 bedoelde bijlage van plaatsing in het Gemeenteblad is uitgezonderd, wordt die bijlage op het gemeentehuis ter inzage gelegd en/of gepubliceerd op de webpagina van de gemeente.

Artikel 15 Tijdelijkheid

Deze regeling geldt tot en met negentig dagen na intrekking of het zonder opvolging van rechtswege aflopen van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19.

Artikel 16 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tijdelijke regeling verruiming terrassen in verband met coronamaatregelen Hillegom.

 

Aldus besloten in de raadsvergadering van 4 maart 2021,

Mevr. drs. P.M. Hulspas-Jordaan

griffier

Dhr. A. van Erk

voorzitter

Toelichting

Algemeen

Gezien de bijzondere situatie vanwege COVID-19 is ten behoeve van de tijdelijke terrassen en tijdelijke uitbreiding van terrassen vanaf het voorjaar 2020 een speciale beleidsregel van kracht geweest. In essentie betrof het een beleidsregel waarbij door het bevoegde bestuursorgaan werd aangegeven wanneer niet opgetreden/gehandhaafd zou worden. In verband met de langere duur van de COVID-situatie zal een stevigere verankering in een wettelijke voorschrift noodzakelijk zijn. Daarin voorziet deze verordening. Een allesomvattende oplossing is evenwel op korte termijn niet mogelijk. Slechts een deel zal steviger verankerd kunnen worden. Het overige deel zal nog steeds via een beleidsregel geregeld worden.

Uitleg

In deze verordening wordt het woord “kan” gebruikt. Met dit woord wordt tot uitdrukking gebracht dat er een bevoegdheid is, maar geen verplichting.

Artikel 3

Indien meerdere gegadigden kenbaar hebben gemaakt gebruik te willen maken van de beschikbare ruimte, kan het zijn dat in onderling overleg tot een wijziging in de indeling van de tijdelijke (verruimde) terrassen wordt gekomen. Indien niet tot een oplossing kan worden gekomen, wordt de beschikbare ruimte via loting toebedeeld.

Artikel 12

Op basis van het overgangsrecht kunnen de (voorheen) bestaande tijdelijke (verruiming van) terrassen die in strijd zijn met artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening Hillegom worden geëxploiteerd. Zonder deze overgangsbepalingen zou direct na inwerkingtreden van deze verordening een vrijstelling of ontheffing nodig zijn. Daarmee zou het doel van het afwijken van het verbod van voornoemd artikel in de Algemene Plaatselijke Verordening Hillegom, te weten het bieden van ruimere mogelijkheden aan openbare inrichtingen gedurende de Coronapandemie, illusoir worden. Door het overgangsrecht te koppelen aan een maximale duur, worden ook de belangen van anderen geborgd. Zodra een besluit is genomen op de aanvraag om ontheffing, vervalt de mogelijkheid om een beroep te doen op het overgangsrecht.

Ga naar het begin